Maria, katholieke diva en Antwerpse volksgodin

In de Onze-Lieve-Vrouw Kathedraal van Antwerpen wordt een Mariabeeld uit de 12de eeuw bewaard. Het is een houten beeld dat Maria voorstelt met Jezus op de arm. De figuren zijn iets kleiner dan levensgroot uitgewerkt en het snijwerk is eenvoudig maar verfijnd. Het beeld is aangekleed in gewaden die de figurlijk bijna overschaduwen in hun omvang en overdadige decoratie zoals gouddraad, edelstenen, borduurwerk. Zowel de Madonna als het Christuskind dragen een kroon en scepter. Het beeld staat in de kerk opgesteld in een kapel in de noordelijke zijbeuk omringd door verse bloemen en brandende kaarsen. Eén keer per jaar wordt de ware functie van dit object onthuld: de figuur wordt plechtig rondgedragen voor een ommegang rond de Kathedraal (of in de Kathedraal bij slecht weer) die sinds eeuwen plaatsvindt rond 15 augustus, het feest van de Hemelvaart van de Onze-Lieve-Vrouw.

Ook op zondag 18 augustus 1566 trok de Mariaprocessie door Antwerpen. De optocht werd die dag verstoord door een paar oproerkraaiers. Ze scanderen:

Maaiken, Maaiken (= Maria), dit is uw laatste uitgang!

Twee dagen later trokken de rebellen systematisch van kerk tot kerk. Ze vernielden elk religieus beeld dat ze konden vinden. De burgers van de stad keken toe, maar niemand greep in. Onder hen waren protestanten te vinden die de actie steunden omdat ze aanstoot namen aan het verafgoden van heiligenbeelden. Volgens de reformisten leidden die af van het ware geloof, dat je enkel kan vinden in het Schrift, de Bijbel. De vele katholieken onder de Antwerpse bevolking zwegen, uit vrees voor represailles, maar de impact van deze gebeurtenis kan moeilijk overdreven worden. De vernieling van de heiligenbeelden en in het bijzonder van de vele Mariabeelden die zich op de gevels bevonden, raakte aan de kern van de Antwerpse identiteit.

Hogenberg, F. (atelier) (1579), De iconoclastische furie, ets. Geraadpleegd van Baisier, C. (2016). Divine Interiors: Experience churches in the age of Rubens. Antwerpen, België. BAI, Kontich.

Sinds het begin van de 12de eeuw was de moeder van Jezus namelijk het object van een diepgewortelde volksdevotie in Antwerpen. Buren verenigden zich in sodaliteiten om een Mariabeeld aan te kopen voor de wijk en zorgden samen voor het onderhoud. De rijkere burgers van de stad stonden vrijwillig juwelen en edelstenen af om de verschillende processiebeelden te versieren. Maria was de beschermheilige van de stad, de benaderbare menselijke godin die voor iedereen, arm of rijk, als voorspreekster en bemiddelaar optrad bij Jezus en God de Vader.

Zij was van het volk, voor het volk.

Wat volgde na de Beeldenstorm waren decennia aan politieke en religieuze onrust. Antwerpen werd in die periode een speelbal tussen het katholieke Zuiden en het protestantse Noorden. Na een dramatische passage van de hertog van Alva die hard optrad tegen protestanten, kwam de lokale bevolking in opstand en sloegen de Geuzen er in de Schelde af te sluiten en zo de Antwerpse haven zo goed als stil te leggen. Een paar jaar later namen de Calvinisten het bestuur van de stad over. Zij ontdeden de stad verder van religieuze iconen en schilderden het interieur van de kerken, inclusief de Kathedraal, wit. Men benoemde deze Calvinistische periode achteraf als een tweede, minder gewelddadige, maar bureaucratische Beeldenstorm.

In 1585 had de Spaanse koning Filips II er genoeg van dat de rijke en strategisch zo belangrijke Nederlanden in handen waren gevallen van de protestanten. Hij stuurde Alexander Farnese er op uit om Antwerpen te heroveren in naam van de Spaanse Kroon. Farnese was een militair strateeg en brave katholiek, gedoopt door niemand minder dan Ignatius van Loyola, de oprichter van de jezuïetenorde. Tijdens de belegering van Antwerpen stationeerde hij zijn manschappen aan de linkeroever van de Schelde, in Beveren. In zijn kamp stond naast zijn tent een Mariabeeld en had hij het Angelus ingesteld:

Drie maal per dag werd het gebed voor Maria opgezegd door de soldaten, door trompetgeschal aangekondigd. Op de ochtend van de beslissende inval ging hij bezinnen in het kleine kapelletje ter ere van de Onze-Lieve-Vrouw van Gaverland. Het bewuste beeldje wordt daar nog steeds in processie rondgedragen. Alexander Farnese slaagde in zijn opzet en de Val van Antwerpen was een feit, in naam van Maria.

Nu Antwerpen heroverd was moest de stad een uithangbord worden voor de macht van de Spaanse Kroon en voor de overwinning van het katholicisme op het protestantisme. Onder leiding van de jezuïeten, in de volksmond de Spaanse priesters genoemd, werd er in de stad in sneltempo een godsdienstige eenvormigheid doorgevoerd door middel van de beeldende kunsten. De stijl waarin deze heropleving van religieuze kunst werd vervaardigd, was de Barok, overgewaaid uit Spanje en Italië. De stroming die de voorkeur geeft aan dramatische voorstellingen van eenduidig en snel te begrijpen theatrale emotie, bleek perfect aan te sluiten bij de politieke tijdsgeest en de bekeringsdrang van de jezuïeten. Kunst werd ingezet als propaganda, als een middel om de toeschouwer te overtuigen van de deugdzaamheid van het katholieke geloof en als een waarschuwing voor het lot dat ketters beschoren was.

In Antwerpen was ze een spilfiguur in de reconstructie van de kerken en in het etaleren van katholicisme in het straatbeeld.

Elk drama heeft natuurlijk een goede diva nodig. Voor de kunstenaars van de periode, Rubens, Van Dijck, Jordaens en hun navolgers, was dat Maria. De stad en haar kerken lopen over van barokke afbeeldingen van de Madonna die in die tijd geproduceerd werden, zoals in de Mariakapel van de Sint-Carolus-Borromeuskerk waar Rubens in opdracht een altaarstuk schilderde dat het meest dramatische en wonderbaarlijkste moment uit het leven van Maria voorstelt, haar tenhemelopneming. Maria verdwijnt in dit grote paneel al bijna uit beeld, omhoog gestuwd door een zwerm putti die haar opwaartse vaart kracht bijzetten. Aan haar voeten verschijnen de apostelen met een onovertroffen dynamisme en aandacht voor de individualiteit van elke figuur die wie van de Antwerpse meester gewoon zijn. Kunstenaar Filips De Vos herstelde het processiebeeld van Maria. Het beeld verloor tijdens de Beeldenstorm een arm, maar overleefde de religieuze onrusten verder ongeschonden, dankzij de snelle reactie van de kapelmeesters die de gewaden in koffers verpakten en buiten de stad in bewaring gaven. Het beeld zelf werd al die tijd verborgen in de woning van de kapelmeesters, tussen twee muren gemetst. Over heel de stad werden Mariabeelden teruggeplaatst en nieuwe toegevoegd. De Mariaprocessie werd snel terug georganiseerd.

Vreemd genoeg speelt de moeder Gods maar een kleine rol in de boeken die canonisch zijn opgenomen in de Bijbel, maar doorheen de christelijke geschiedenis werd er een corpus aan apocriefe teksten geproduceerd die de levensloop van Maria, van haar wonderbaarlijke geboorte tot haar rol bij de verrijzenis van Christus, aandikken met kleurrijke details. Deze wildgroei aan volkse verhalen stootte de protestanten tegen de borst en versterkte hen in het geloof dat de verering van Maria niets minder was dan afgoderij.

Maar door de katholieken werd deze devotie getolereerd en zelfs aangewakkerd door middel van een explosieve groei aan afbeeldingen van Maria waar we tot op vandaag in het Antwerpse straatbeeld de sporen van terugvinden.

Ook het beeld van Brabo dat in de gevel van het stadhuis prijkte, werd in de 16de eeuw vervangen worden door een Mariabeeld. Op de gevel van het oude, gotische stadhuis stond reeds een Mariabeeld, maar onder de invloed van het humanisme hadden de ontwerpers van het Renaissancegebouw dat we nu kennen er voor gekozen om Silvius Brabo in de hoogste nis te plaatsen. De mythe van de Romeinse legionair kwam immers goed van pas om een parallel te leggen tussen Antwerpen en de erfenis van het Romeinse Rijk uit de Oudheid. Het stadsmerk van Rome – Senatus Populusque Romanus, werd mee geëxporteerd als SPQA. Maar onder leiding van een man die de veelzeggende bijnaam ‘de hamer van het protestantisme’ draagt, werd de figuur van Brabo vervangen door een Mariabeeld en in de nis geplaatst hoog bovenaan en midden in de gevel van het Schoon Verdiep.

Zelfs in 19de-eeuwse bronnen kunnen we nog lezen welke indruk de inwijding van het beeld moet gemaakt hebben op de Antwerpenaren in 1565.

“Alles werd in gereedheid gebracht om het beeld van de Heilige Moeder uit de Sint-Carolus-Borromeuskerk naar het stadhuis processiegewijs te dragen. Opeens werd de lucht donker, de wind loeide en een vreselijke orkaan hing over de stad. De ketters jubelden en zeiden openlijk dat de Hemel zo zijn afkeuring te kennen gaf tegenover dit bijgeloof. Doch opeens, o geluk! De wind stuift de wolken uiteen en het schone azuur van de hemel prijkt boven de stad. De schone zon glimlacht bij deze triomf van de Koningin van de Heer en haar schone stralen vergulden op de gevel van het stadhuis het beeld van Haar.”

Zonder haar is de geschiedenis van Antwerpen niet dezelfde. De iconografieën van de Madonna zoals ze in Antwerpen verschijnen op façades, straathoeken en zuilen midden op de pleinen, zijn onmisbaar om de (kunst)geschiedenis van deze stad te begrijpen. In hun diversiteit verbeelden ze een obsessie die vanuit de volkse onderbuik van deze plek overleeft door de eeuwen heen en op sleutelmomenten door de machthebbers werd aangewakkerd om hun hegemonie te bestendigen. Zonder Maria, geen Antwerpen.


Mannaerts, R. (2011). St.-Carolus Borromeus. De Antwerpse jezuïetenkerk-een openbaring. Antwerpen, België: TOPA vzw.

Mannaerts, R. (2016). De Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Antwerpen, een openbaring! Antwerpen, België: TOPA vzw.

Muller, J. M. (2008). Communication visuelle et confessionnalisation à Anvers au temps de la Contre-Réforme. Dix-septième siècle, 240(3), 441. https://doi.org/10.3917/dss.083.0441

op de Beeck, R. (2010). De gilde van Onze-Lieve-Vrouwe-Lof in de kathedraal van Antwerpen : vijfhonderd jaar Mariaverering te Antwerpen. Antwerpen, België: Gilde van Onze-Lieve-Vrouwe-Lof.

Rubens, P. P. (1613). De Tenhemelopneming van Maria [Schilderij]. Geraadpleegd van https://www.topa.be/nl/antwerp/kerken-in-antwerpen/sint-carolus-borromeus-2/syllabus/mariakapel/

Strecker, W. (2010). Madonna- en heiligenbeelden in de Antwerpse binnenstad. Antwerpen, België: Voor Kruis en Beeld.

Thyssen, A. (1922). Antwerpen vermaard door den eeredienst van Maria : geschiedkundige aanmerkingen over de 500 Mariabeelden in de straten der stad. Antwerpen, België: Dienst der katholieke werken.

Artikel door

Silvia

Silvia Terrenzio studeerde in 2010 af als master in de kunstwetenschappen aan de KU Leuven. Vandaag is zij leerkracht humane wetenschappen in het volwassenenonderwijs, maar ook stadsgids. Silvia heeft een grote fascinatie voor Barokkunst en de iconografie van Maria. Samen met haar ontdek je Antwerpen en ga je langs de mooiste Mariabeelden van de stad.

Terug naar archief Volgende post