Onderzoek en restauratie van ‘Zelfportret’, Permeke, 1928-1936, Oostende, MuZee

‘Zelfportret’, Constant Permeke | 1928-1936 | MuZee, Oostende

Hoewel ik in het jaar 1936 opkeek naar de expressionistische kunstenaars, kon ik toen al toch met eigen ogen constateren hoe vlug hun werk materieel te loor ging. Ik denk aan de vele barsten van te dik opgebrachte kraplak van Philibert Cockx, de bruinen van Permeke, enz..

René Smits in Tijdschrift Vlaanderen, 1983

Het schilderij dat werd gerestaureerd in het KIK-IRPA is een zelfportret van de schilder Constant Permeke, dat hij in 1928 heeft geschilderd. Acht jaar later hernam hij grote delen van het werk waarbij hij hele zones overschilderde. Hij werkte verder op de compositie en de vormen, hernam het gezicht, de schoenen en een groot deel van de achtergrond. De figuur met hoed staat achter een schildersezel, draagt klompen en in zijn rechterhand heeft hij een penseel en een palet vast. De toon van het werk is zeer donker, de kunstenaar heeft hier bijna uitsluitend bruine aardepigmenten gebruikt. Enkel het gezicht, de rechterhand en het palet hebben een fellere, rode kleur.

Een schilder moet met zijn voeten in de stront staan.

C. Permeke

Doorheen de jaren heeft het schilderij al enige restauratiebehandelingen ondergaan; waaronder een consolidatie en doublering waarbij was-hars werd gebruikt.  De belangrijkste problematiek van het werk was de afschilfering van de pasteuze verflaag. De verf is over het hele oppervlak sterk gecraqueleerd en vertoonde grote barsten, krimpscheuren en rimpeling. Daarenboven werd het geheel bedekt door heel wat vuil en een dikke laag stof.

Het werk kwam binnen in het Instituut omdat de verflaag gevaarlijke opstuwingen had. Er werd een vooronderzoek uitgevoerd naar het meest geschikte fixeermiddel die via kleine testen werden uitgeprobeerd. De verf werd gefixeerd en  oppervlaktevuil werd verwijderd. De lacunes werden terug ingevuld met een geschikte vulling en geretoucheerd.

Parallel aan de behandeling werden enkele analyses uitgevoerd om het probleem van de afschilfering te proberen achterhalen. Binnen het kader van het project werden 12 andere schilderijen van Permeke uit de collectie van het Mu.ZEE met eenzelfde problematiek aanvullend onderzocht.

Permeke schilderde spontaan en zeer vlug. De verf werd dik en zeer slordig opgebracht, mogelijk rechtstreeks uit de tubes ofwel met een paletmes, brede penselen of met zijn duimen en vingers. Hij voelde zich innig verbonden met de grond en daardoor gebruikte hij veel bruine en donkere kleuren.

Zo verwees hij naar het aardse, volkse en gewone leven van de eenvoudige mens, zoals de boer en de visser. Anderzijds was het ook zo dat aardepigmenten goedkoop en gemakkelijk verkrijgbaar waren.

Dat Permeke weinig afwist van schildertechnieken doet niets af van de grootheid van zijn kunstenaarschap.

René Smits in Tijdschrift Vlaanderen, 1983

Permeke was een expressieve schilder die zijn werkwijze en techniek op veel verschillende manieren aanpaste. Hij overschilderde en hernam veel van zijn werk. Dit heeft het logische gevolg dat zijn verflagen zijn opgebouwd uit vele diverse lagen, bij ‘Het Zelfportret’ tenminste dertien.

Tijdens zijn levensloop stond hij al bekend voor zijn eigenzinnige keuze voor materialen en technieken. Dit bracht toen al degradatieverschijnselen teweeg, waarvan hij mogelijk bewust was.

De werken van de schilder hebben in het algemeen een zeer donker uitzicht. Een belangrijk vraag hierbij is: Heeft Permeke zijn schilderijen opzettelijk verdonkerd of is dit het gevolg van natuurlijke veroudering of door de schildertechniek van schilder?

Het onderzoek gaf ons enkele markante schildertechnische aspecten als resultaat. Het laat ons toe de schildertechniek van Permeke beter te begrijpen en biedt  meer duidelijkheid over de laagopbouw, waardoor restauratiebehandelingen in de toekomst beter kunnen afgestemd worden op de noden van het werk.

Uit de tentoonstelling ‘Permeke in laagjes’, 25.04.2015 – 16.08.2015, Mu.Zee Oostende.
Zowel het onderzoek als de restauratie van het Zelfportret werden uitgevoerd door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK-IRPA) in Brussel.

Artikel door

Giovanna

Is een conservator – restaurator bij IPARC (International Platform for Art Research and Conservation). Na haar opleiding als master in conservatie en restauratie van schilderijen op de Koninklijke Academie van Antwerpen, werkte ze in het Koninklijk Museum voor Schone kunsten in Antwerpen en het Rijksmuseum in Amsterdam.

Aansluitend werkte ze voor het Koninklijk Instituut voor Kunstpatrimonium te Brussel. Hier voerde ze de restauratie en een materiaal technisch onderzoek uit op een zelfportret van de Belgische kunstenaar, Constant Permeke. Bij IPARC is ze gespecialiseerd in oude meesters en werkte ze o.a. mee aan de ambitieuze restauratiecampagne van 41 schilderijen uit de Carolus Borromeus kerk te Antwerpen en de schilderijen uit het Antwerpse stadhuis.

Terug naar archief Volgende post